Naar hoofdinhoud

Hoe houden we energiecoöperaties in positie?

Lokale energiecoöperaties spelen een belangrijke rol in de energietransitie. Maar de omstandigheden waaronder zij investeren in wind- en zonneprojecten zijn de afgelopen jaren flink veranderd. Een nieuw landelijk onderzoek laat zien dat de ontwikkeling van lokaal eigendom dreigt te stagneren. Wat is er nodig om lokale initiatiefnemers ook in de toekomst in positie te houden?

Lokaal eigendom onder druk

In het Klimaatakkoord is afgesproken te streven naar 50% lokaal eigendom bij wind- en zonneprojecten op land. Lokaal eigendom is daarbij een mogelijke vorm van omgevingsparticipatie: bewoners en lokale bedrijven kunnen daadwerkelijk mede-eigenaar worden van duurzame energieprojecten.

De praktijk is echter weerbarstiger geworden. Dat blijkt uit het nieuwe onderzoek Lokaal eigendom in de praktijk: zicht op de belemmeringen, succesfactoren en impact van lokaal eigendom. Onderzoeker Anne Marieke Schwencke (AS I-Search) bracht in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat / Klimaat en Groene Groei in kaart hoe lokaal eigendom zich ontwikkelt en welke belemmeringen lokale partijen tegenkomen.

De hoofdconclusie is duidelijk: de realisatie van projecten met lokaal eigendom dreigt te stagneren.

Een moeilijkere markt én minder ontwikkellocaties

Het onderzoek wijst daarvoor allereerst naar de sterk verslechterde markt voor wind- en zonneprojecten. Vooral voor nieuwe zonneparken is het onder de huidige omstandigheden lastig om nog tot een rendabele businesscase te komen. Negatieve marktprijzen, sterk gestegen netkosten en andere operationele kosten spelen daarbij een belangrijke rol. Ook netcongestie bemoeilijkt de ontwikkeling van projecten.

Daarnaast zijn er steeds minder locaties beschikbaar voor nieuwe wind- en zonneprojecten op land. Het rapport signaleert daarmee een spanning. Overheden hechten belang aan lokaal eigendom, terwijl het omgevingsbeleid voor nieuwe wind- en zonneparken op veel plaatsen juist restrictiever wordt. Zonder nieuwe ontwikkellocaties kunnen ook nauwelijks nieuwe projecten met lokaal eigendom ontstaan.

Voor energiecoöperaties zijn deze ontwikkelingen extra ingrijpend. Zij zijn sterk verbonden aan hun eigen gebied, hebben vaak een beperkt aantal projecten en kunnen risico’s daardoor minder gemakkelijk spreiden dan grotere marktpartijen.

Ook financiering wordt lastiger

Daar komt bij dat de financiering van projecten moeilijker wordt. Volgens het onderzoek financieren banken momenteel tot 60 à 70 procent van de investering in wind- en zonneparken. Daarnaast verhogen zij de rente en stellen zij strengere eisen. Projecteigenaren moeten daardoor meer eigen vermogen inbrengen.

Voor coöperaties is dat een extra uitdaging. Zij willen dit kapitaal vaak in de eigen omgeving ophalen. Maar een magere businesscase, hogere risico’s en lage rendementen maken deelname voor inwoners minder aantrekkelijk.

Het rapport benoemt daarom nadrukkelijk de rol van landelijke en provinciale fondsen. Zij spelen volgens de onderzoekers een belangrijke rol bij lokaal eigendom door leningen te verstrekken tegen relatief flexibele voorwaarden. Ook Fonds Nieuwe Doen wordt genoemd als een van de provinciale fondsen met financieringsmogelijkheden voor energiecoöperaties.

In Groningen kunnen provinciale fondsen bovendien leningen verstrekken waarmee een deel van het benodigde eigen vermogen wordt gefinancierd. Zo’n achtergestelde lening kan voor een bank als eigen vermogen kwalificeren, waardoor een coöperatie minder geld in de omgeving hoeft op te halen.

Een Gronings voorbeeld: Zonnepark Eekerpolder

Hoe belangrijk toegang tot kapitaal kan zijn, wordt in het onderzoek geïllustreerd met Zonnepark Eekerpolder.

Het zonnepark van 42 MW werd begin 2026 in bedrijf genomen. Novar en de betrokken coöperatie werkten vanaf het begin samen en deelden aanvankelijk ieder voor 50 procent in het ontwikkelrecht. De coöperatie kon in de ontwikkelfase bijdragen met ondersteuning vanuit Fonds Nieuwe Doen.

Uiteindelijk lukte het de coöperatie niet om voldoende kapitaal op te halen voor de investering in de bouw. Daarom werd uiteindelijk een lager eigendomsaandeel overeengekomen.

Het voorbeeld laat goed zien dat de ambitie voor lokaal eigendom alleen niet voldoende is. Lokale partijen moeten ook financieel in staat zijn om daadwerkelijk mede-eigenaar te worden.

Het energiesysteem verandert

Naast duurzame opwek worden ook energieopslag, flexibiliteit en het slimmer afstemmen van vraag en aanbod steeds belangrijker.

Het rapport ziet mogelijkheden voor energieopslag, flexibele sturing van vraag en aanbod en afspraken met afnemers. Tegelijkertijd waarschuwt het ervoor om deze ontwikkelingen als een eenvoudige oplossing te beschouwen. Ze vragen nieuwe, risicovolle investeringen waarvan de resultaten nog onzeker zijn. Bovendien zijn oplossingen niet overal mogelijk: er moeten bijvoorbeeld afnemers beschikbaar zijn die hun energiegebruik kunnen afstemmen op het aanbod.

Vanuit Fonds Nieuwe Doen herkennen we die ontwikkeling. Ook bij Groningse initiatieven komen vragen over bijvoorbeeld energieopslag en slimme lokale energiesystemen nadrukkelijker in beeld.

Van pionieren naar professioneel organiseren

Het onderzoek wijst bovendien op een andere belangrijke ontwikkeling: de noodzaak om energiecoöperaties verder te professionaliseren.

Nederland telt ongeveer 700 energiecoöperaties. Naar schatting 20 tot 30 procent daarvan heeft zelf wind- of zonneparken in beheer. Wie zo’n project realiseert, gaat bovendien een verantwoordelijkheid aan voor vaak twintig tot vijfentwintig jaar.

Dat vraagt specialistische kennis en een stevige organisatie. Het gaat bijvoorbeeld om financieel beheer, risicomanagement en het langjarig beheren van projecten. Volgens het onderzoek is het model waarbij een kleine groep pioniers langdurig op vrijwillige basis de kar trekt niet houdbaar voor de langere termijn.

Professionalisering en een sterke ondersteuningsstructuur zijn daarom nodig om het lokale coöperatieve marktaandeel te behouden en verder te ontwikkelen.

Lokaal eigendom vraagt om randvoorwaarden

Daar ligt ook een belangrijke boodschap voor Rijk, provincies en gemeenten. Wie lokaal eigendom belangrijk vindt, kan niet volstaan met het formuleren van een ambitie.

Het onderzoek noemt verschillende randvoorwaarden: een gezonde markt waarin projecten rendabel kunnen worden geëxploiteerd, voldoende ontwikkellocaties, toegang tot financiering, verdere professionalisering en ruimte voor innovaties rond energieopslag, flexibiliteit en lokale afstemming van vraag en aanbod.

Daarnaast pleit het rapport voor verdere borging van lokaal eigendom in het energie- en omgevingsbeleid van provincies en gemeenten en voor onderzoek naar de inzet van publieke financieringsinstrumenten.

Daarmee verandert ook de betekenis van lokaal eigendom. Het rapport constateert een accentverschuiving: van lokaal eigendom als middel voor omgevingsparticipatie naar actieve deelname van bewoners en bedrijven aan de energiemarkt. De nieuwe Energiewet en de ontwikkeling van energiegemeenschappen sluiten daarbij aan.

Praktijkkennis vanuit Groningen

Aan het onderzoek hebben veel praktijkpartijen bijgedragen, waaronder energiecoöperaties, ontwikkelaars, financiers en overheden. Ook Fonds Nieuwe Doen heeft zijn ervaringen kunnen inbrengen.

Onze fondsmanager André van Moock heeft vanuit zijn ervaring met de financiering van lokale energieprojecten bijgedragen via onder andere interviews, discussies en het delen van praktijkkennis en inzichten.

Dank aan onderzoeker Anne Marieke Schwencke (AS I-Search) voor het uitgebreide onderzoek en aan het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat / Klimaat en Groene Groei voor het laten onderzoeken van dit belangrijke onderwerp.

De conclusie die wij er vooral uit meenemen: lokaal eigendom ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om initiatiefnemers die hun nek uitsteken, maar óók om een gezonde markt, ontwikkelmogelijkheden, professionaliteit en passende financiering.

Daar ligt een gezamenlijke opgave voor energiecoöperaties, overheden, financiers en andere betrokken partijen.

Lees het volledige rapport ‘Lokaal eigendom in de praktijk’.
Bekijk het volledige rapport

Fonds Nieuwe Doen Groningen gebruikt cookies om het bezoek voor jou nog makkelijker en persoonlijker te maken. Door verder gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord.