Naar hoofdinhoud

Het Anker

Wij willen dat de dorpsfunctie in Midwolda behouden blijft.

Een lunchroom, woonwinkel, houtwerkplaats én zestien appartementen voor jongeren met een licht verstandelijke beperking. Bij Het Anker in Midwolda vind je het allemaal. In deze kleinschalige zorginstelling van Meindert en Fennie Boer wonen de jongeren ‘op zichzelf’ maar wel met dag en nacht toegang tot zorg. Overdag is er dagbesteding, zodat de jongeren echt meedraaien in de maatschappij. Hier mogen ze werken en leren op hun eigen tempo. “Maar de zorginstelling is eigenlijk uit z’n jasje gegroeid”, aldus Fennie. En daarom komen er nu negen appartementen bij. Fonds Nieuwe Doen hielp met de financiering van het nieuwe pand.

Hoe ziet jullie zorginstelling en de dagbesteding eruit?

Meindert: “In 2006 zijn we begonnen met logeeropvang voor jongeren met een licht verstandelijke beperking. Later werd dit 24-uurs opvang met voor alle bewoners een eigen appartement. Zo zijn we ook begonnen met de dagbesteding. Eerst was dit tuinen doen voor mensen in het dorp die dit zelf niet meer kunnen en een boodschappenservice voor ouderen. Inmiddels is er de winkel waarin we de spullen verkopen die onze jongeren maken, in bijvoorbeeld de houtwerkplaats. Maar we hebben ook een lunchroom. Hier kun je lekker een kopje koffie drinken of een high-tea doen. Die wordt grotendeels door de bewoners zelf gemaakt, zoals de bonbons en de scones. In de dagbesteding kunnen de jongeren onder begeleiding en zonder druk werken en zich ontwikkelen.”

Fennie: “Hier komen de talenten van de bewoners naar voren en worden zij gewaardeerd. De vaardigheden die ze leren mogen ze ook echt uitvoeren. En het op zichzelf wonen is natuurlijk ook goed voor hun ontwikkeling. Dat ze iets voor zichzelf hebben en dat bijvoorbeeld hun ouders bij hen op visite kunnen komen.”

Hoe ziet jullie zorginstelling en de dagbesteding eruit?

Meindert: “In 2006 zijn we begonnen met logeeropvang voor jongeren met een licht verstandelijke beperking. Later werd dit 24-uurs opvang met voor alle bewoners een eigen appartement. Zo zijn we ook begonnen met de dagbesteding. Eerst was dit tuinen doen voor mensen in het dorp die dit zelf niet meer kunnen en een boodschappenservice voor ouderen. Inmiddels is er de winkel waarin we de spullen verkopen die onze jongeren maken, in bijvoorbeeld de houtwerkplaats. Maar we hebben ook een lunchroom. Hier kun je lekker een kopje koffie drinken of een high-tea doen. Die wordt grotendeels door de bewoners zelf gemaakt, zoals de bonbons en de scones. In de dagbesteding kunnen de jongeren onder begeleiding en zonder druk werken en zich ontwikkelen.”

Fennie: “Hier komen de talenten van de bewoners naar voren en worden zij gewaardeerd. De vaardigheden die ze leren mogen ze ook echt uitvoeren. En het op zichzelf wonen is natuurlijk ook goed voor hun ontwikkeling. Dat ze iets voor zichzelf hebben en dat bijvoorbeeld hun ouders bij hen op visite kunnen komen.”

Wat is jullie drijfveer voor het runnen van jullie zorginstelling?

Fennie: “Vanuit onze dankbaarheid en vanuit onze geloofsovertuiging. Wij willen iets betekenen voor de medemens en de maatschappij, daar hebben wij allebei een groot hart voor. Ons bedrijf is een verlengstuk van ons gezin. De dankbaarheid die wij ontvangen, mogen wij ook weer uitdelen. En dat zie je ook terug in het gebouw. In de inrichting, maar ook in hoe de bewoners centraal worden gesteld en in het personeel.”

Wat zijn jullie plannen met het nieuwe pand dat jullie hebben aangekocht?

Meindert: “We hebben zelf al het hoofdgebouw waarin we de appartementen hebben. We huurden een pand voor de dagbesteding, de woonwinkel en de lunchroom. Dat verhuizen we nu naar ons eigen nieuwe pand. En we hebben nog een wachtlijst voor jongeren die graag bij ons willen wonen. Die willen we heel graag een plek bieden. Er komen dus nog negen appartementen bij met een eigen slaapkamer, douche, toilet. Alles erop en eraan. Verder is het pand dat we nu hebben aangekocht vroeger neergezet als dorpshuis. Wij willen dat die dorpsfunctie weer terugkomt. Zo is er een grote zaal waar we bijvoorbeeld vergaderingen kunnen organiseren en waar de plaatselijke toneelvereniging hun voorstellingen kunnen doen. Er is een bar waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en de vrouwenvereniging kan hier terecht. Zo willen we ook iets teruggeven aan het dorp.”

Hoe zijn jullie terecht gekomen bij Fonds Nieuwe Doen?

Fennie: “We zijn eerst met de accountant in gesprek gegaan om te kijken of onze plannen ook haalbaar waren. Daar hebben we heel zorgvuldig naar gekeken. De Rabobank wilde wel investeren, maar kwam met het idee om ook verder te kijken naar een andere partij voor een financiering. Toen kwamen we bij Fonds Nieuwe Doen. Die hebben we uitgenodigd en dat was echt een heel warm gesprek. Er was een hele grote bereidbaarheid om mee te denken. Ik vond ook dat we heel snel het antwoord hadden dat zij wel wat in het project zagen. De financiering is snel rond gekomen.”

Hoe pakken jullie het project aan?

Meindert: “De plannen hadden we natuurlijk al. Wat het doel was, wat we voor ogen hadden, wat we precies willen ontwikkelen. Hiermee zijn we naar de accountant gegaan. We hebben gezegd: ‘het geld dat we kunnen lenen, daarvan moeten we het doen’. Daar ga je dan mee aan de slag. We hebben nu een extern iemand aangenomen die we gekscherend onze bouwpastoor noemen. Wij moeten doorgaan met de zorg, dus hij vraagt de offertes aan, bewaakt het geld enzovoorts. En dan maken we in overleg beslissingen.”

Hebben jullie nog tips voor andere Nieuwe Doeners?

Fennie: “Verzamel de juiste mensen om je heen bij het zetten van zo’n stap. Haal de expertise niet alleen vanuit jezelf, maar haal die ook bij anderen. Zoals bij Fonds Nieuwe Doen. Ga in gesprek, spar met elkaar en wissel ervaringen uit.”

Wie zijn nog meer bezig met het nieuwe doen op het gebied van zorg?

Ok, ik wil meer weten over
het nieuwe doen

Fonds Nieuwe Doen Groningen gebruikt cookies om het bezoek voor jou nog makkelijker en persoonlijker te maken. Door verder gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord.