Naar hoofdinhoud

500 leningen later

“Het gaat niet om het geld, maar om wat er dankzij dat geld mogelijk wordt”

Een gezondheidscentrum, een dorpsvoorziening, een energiecoöperatie en een duurzaam bedrijf. Het zijn zomaar enkele van de honderden initiatieven die de afgelopen jaren mogelijk werden gemaakt met financiering van Fonds Nieuwe Doen.

Inmiddels staat de teller op 500 verstrekte leningen. Voor fondsmanagers André van Moock en Geerten Eijkelenboom is dat niet zozeer een financieel resultaat, maar vooral een moment om terug te kijken op de impact die al die projecten samen hebben gehad op Groningen.

“Als je het hebt over 500 leningen, dan denk ik niet direct aan een financieel resultaat”, zegt Geerten. “Ik denk aan al die projecten en mensen die we hebben ontmoet. Aan zorgvoorzieningen die zijn behouden, dorpshuizen die zijn vernieuwd en ondernemers die hun bedrijf hebben verduurzaamd.”

Voor André en Geerten zit de betekenis van die mijlpaal vooral in de optelsom van al die individuele initiatieven.

“Vijfhonderd leningen betekent ook vijfhonderd keer vertrouwen van initiatiefnemers”, zegt André. “Mensen die een idee hadden, een probleem wilden oplossen of een voorziening wilden behouden. Dat maakt deze mijlpaal bijzonder.”

Ontstaan vanuit een maatschappelijke opgave

De oorsprong van Fonds Nieuwe Doen ligt in 2017. De provincie Groningen wilde de energietransitie versnellen en tegelijkertijd investeren in leefbaarheid en zorg, met name buiten de stad. “Er was behoefte aan een instrument dat meer kon doen dan alleen subsidies verstrekken”, vertelt André. “Een fonds waarmee je investeringen mogelijk maakt, waarbij het geld later weer terugkomt en opnieuw kan worden ingezet.”

Dat revolverende karakter vormt nog altijd de basis van Fonds Nieuwe Doen. Organisaties lenen geld voor een investering, betalen de lening terug en vervolgens kan hetzelfde geld opnieuw worden ingezet voor nieuwe projecten in de provincie Groningen.

“We zien nu dat ongeveer 150 leningen inmiddels volledig zijn afgelost”, zegt André. “Dat betekent dat die middelen opnieuw beschikbaar zijn gekomen, terwijl de maatschappelijke opbrengst van die investeringen nog jarenlang zichtbaar blijft.”

Van dorpssupermarkt tot zorgcoöperatie

De eerste jaren stonden in het teken van pionieren. Hoewel Fonds Nieuwe Doen een nieuwe organisatie was, lag er bij de start al een stevige basis. Er waren duidelijke investeringsreglementen, richtlijnen en werkprocessen ontwikkeld waarop direct kon worden voortgebouwd.

“De basis stond goed”, herinnert Geerten zich. “Tegelijkertijd kregen we veel ruimte om zelf invulling te geven aan de uitvoering, de administratieve processen en de manier waarop we het fonds naar buiten brachten.”

Die eerste projecten zijn hen nog altijd bijgebleven. Zo financierde het fonds onder meer een coöperatieve dorpssupermarkt in Sauwerd en de herontwikkeling van het voormalige verzorgingshuis Sint Jan in Kloosterburen.

“Dat zijn voor mij typische voorbeelden van waar Fonds Nieuwe Doen voor bedoeld is”, zegt Geerten. “Mensen die zelf de handen uit de mouwen steken om iets voor hun omgeving te betekenen.”

Het project in Kloosterburen groeide uit tot veel meer dan een vastgoedontwikkeling. “Wat ik bijzonder vind aan Kloosterburen is de schaal waarop inwoners daar samen verantwoordelijkheid hebben genomen”, vertelt Geerten. “Het ging niet alleen om het behoud van een gebouw, maar om het creëren van een plek waar wonen, zorg en ontmoeting samenkomen. Daardoor kreeg het dorp een voorziening terug die echt van waarde is voor de gemeenschap.”

Wat zouden Groningers missen?

De vraag wat Groningen zonder Fonds Nieuwe Doen zou missen, hoeft André niet lang over na te denken. “Ik denk behoorlijk wat zorgvoorzieningen in het buitengebied.”

Een project dat voor beide fondsmanagers symbool staat voor die impact is het gezondheidscentrum in Loppersum. “De voormalige basisschool, die al meerdere jaren leeg stond, kreeg een nieuwe bestemming als gezondheidscentrum”, vertelt Geerten. “Verschillende zorgdisciplines kwamen onder één dak samen. Dat is voor mij een mooi voorbeeld van wat er mogelijk wordt.” Volgens André raakt het project precies de kern van het fonds. “Het gaat niet alleen om een gebouw dat een herbestemming krijgt. Het gaat om het behoud van zorg dichtbij huis.” 

Ook op het gebied van verduurzaming heeft het fonds volgens hen een belangrijke rol gespeeld. “De energietransitie zou zonder Fonds Nieuwe Doen simpelweg langzamer zijn verlopen”, zegt André. “Veel investeringen zouden later of misschien helemaal niet zijn uitgevoerd.” Daarnaast heeft Fonds Nieuwe Doen bijgedragen aan de verduurzaming van honderden gebouwen in de provincie. Bedrijfspanden, maatschappelijke accommodaties en zorgvastgoed kregen betere energielabels, verbruikten minder energie en werden toekomstbestendiger gemaakt.

Ook lokale energiecoöperaties hebben dankzij het fonds belangrijke stappen kunnen zetten. Via het DLETA-fonds zijn tientallen coöperatieve energieprojecten gefinancierd. “Daar zie je het revolverende principe heel mooi werken”, zegt Geerten. “Geld dat ooit beschikbaar is gesteld voor de energietransitie, wordt na terugbetaling opnieuw ingezet voor nieuwe projecten. Zo blijft het rendement opleveren voor Groningen.”

De kracht van samenwerking

Opvallend is dat veel van de 500 leningen niet zelfstandig tot stand kwamen. Juist de samenwerking met banken, gemeenten, de provincie en andere financiers maakt vaak het verschil. “We zijn geen concurrent van banken”, zegt André. “Integendeel. Vaak willen banken best financieren, maar krijgen ze een project niet volledig rond. Dan kunnen wij het ontbrekende deel invullen.”

Volgens Geerten is dat precies waar de kracht van het fonds zit. “Als een bank eenmaal met ons heeft samengewerkt, zien ze wat we toevoegen. Dan merken ze dat projecten die anders blijven liggen toch gerealiseerd kunnen worden.” Een mooi voorbeeld daarvan is Kaap Steendam. Wat begon als een initiatief van een dorpsvereniging om een belangrijke ontmoetingsplek voor het dorp te behouden, groeide uit tot een moderne voorziening aan het Schildmeer.

“Dat zijn projecten waar je trots op bent”, zegt André. “Niet omdat wij het hebben gedaan, maar omdat bewoners zelf het initiatief hebben genomen en wij hebben kunnen helpen om het mogelijk te maken.”

De kracht van de Nieuwe Doeners

In de afgelopen jaren hebben André en Geerten honderden initiatiefnemers ontmoet. Die noemt Fonds Nieuwe Doen niet voor niets Nieuwe Doeners. “Wat mij opvalt is dat veel van die mensen maatschappelijk verantwoord ondernemen”, zegt André. “Ze kijken verder dan hun eigen belang. Ze willen iets bijdragen aan hun omgeving of aan toekomstige generaties.”

Volgens Geerten zijn het vaak geen ondernemers die vanuit winstmaximalisatie beginnen. “We zien veel mensen die jarenlang in de zorg hebben gewerkt en denken: dit kan persoonlijker of beter georganiseerd worden. Vervolgens beginnen ze zelf een initiatief. Hetzelfde zie je bij bewonersgroepen die een dorpsvoorziening willen behouden.”

Dat maatschappelijke motief komt volgens hen steeds terug. “Ze zien een probleem en wachten niet tot iemand anders het oplost”.

Lean and mean

Opvallend is dat Fonds Nieuwe Doen al die jaren met een zeer compacte organisatie heeft gewerkt. André en Geerten beheren samen een portefeuille van tientallen miljoenen euro’s en honderden leningen. “We hebben bewust gekozen voor een lean-and-mean organisatie”, zegt Geerten. “Geen onnodige lagen, geen ingewikkelde structuren. Als je ons belt, krijg je direct iemand aan de lijn die inhoudelijk kan meedenken.”

Volgens André past die aanpak ook bij de doelgroep. “We houden niet van opsmuk. Geen loketten, geen lange doorverwijzingen. We proberen dingen gewoon goed en efficiënt te regelen.”

Die efficiënte werkwijze stopt niet bij het fondsmanagement. Ook het bestuur speelt daarin een belangrijke rol. Het bestuur fungeert tegelijkertijd als investeringscommissie, waardoor besluitvorming snel en zorgvuldig kan plaatsvinden. “We hebben vanaf het begin een heel goede samenwerking met het bestuur. Korte lijnen, betrokkenheid en een gedeelde mentaliteit om zaken praktisch op te lossen.”

Misschien is dat ook wel de reden waarom de fondsmanagers zichzelf herkennen in de mensen die zij financieren.

Nieuwe uitdagingen vragen om nieuwe oplossingen

De volgende 500 leningen zullen er volgens André en Geerten anders uitzien dan de eerste 500.

Op energiegebied verwachten zij een verschuiving van duurzame opwek naar energieopslag, energiemanagement en slimme lokale energiesystemen.

“De afgelopen jaren lag de nadruk vooral op duurzame opwek”, zegt André. “De komende jaren gaan we veel meer zien rondom energieopslag en energiegemeenschappen.” Geerten ziet die ontwikkeling nu al ontstaan. “Door netcongestie, veranderende energieprijzen en het afschaffen van de salderingsregeling moeten organisaties veel slimmer omgaan met energie. Batterijen en energiemanagementsystemen gaan daarbij een steeds grotere rol spelen.”

Als voorbeeld noemt hij DCP in Ter Apelkanaal, dat met ondersteuning van Fonds Nieuwe Doen zijn productieproces stap voor stap verduurzaamde. “Waar veel mensen bij verduurzaming denken aan zonnepanelen of isolatie, laat DCP zien dat ook productieprocessen slimmer en energiezuiniger kunnen worden. Door slim gebruik te maken van restwarmte verbruiken ze inmiddels veel minder gas. Dat soort innovatie gaan we de komende jaren steeds vaker zien.”

Ook in zorg en leefbaarheid verwachten André en Geerten een groeiende financieringsbehoefte. “Veel dorpshuizen, sportverenigingen en andere maatschappelijke organisaties hebben gebouwen die niet klaar zijn voor de toekomst”, zegt Geerten. “Verduurzamen wordt steeds minder een keuze en steeds meer een noodzaak.”

Op weg naar lening nummer 1000

Ondanks alle ontwikkelingen blijft de ambitie van Fonds Nieuwe Doen onveranderd. “We hebben liever tien leningen van een ton dan één lening van een miljoen”, zegt André. “Omdat we geloven dat je daarmee meer impact maakt.” Geerten knikt. “Uiteindelijk gaat het niet om het geld. Het gaat om wat er dankzij dat geld mogelijk wordt. Als we ooit bij lening nummer 1000 aankomen, hoop ik dat we kunnen zeggen dat we opnieuw honderden Groningse initiatieven hebben geholpen om hun plannen werkelijkheid te maken.”

Misschien verklaart dat ook waarom André en Geerten zich zo thuis voelen bij Fonds Nieuwe Doen. Net als de initiatiefnemers die zij financieren, geloven ze vooral in doen.

Geen grote woorden. Geen ingewikkelde constructies. Gewoon plannen mogelijk maken die Groningen sterker maken. 

Vijfhonderd keer tot nu toe.

Fonds Nieuwe Doen Groningen gebruikt cookies om het bezoek voor jou nog makkelijker en persoonlijker te maken. Door verder gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord.